Talent

Wij hebben een oppasbootje. We gaan deze zomer niet met vakantie. Dus dan is zo’n bootje geweldig. Begin juli is het naar ons toe gevaren door onze vrienden, vroege vakantiegangers. Natuurlijk moesten we het bootje direct uitproberen. Ik lag als een zeemeermin op de punt. T, onze jongste, ging aan de slag als stuurman. Tot zijn verbazing liet ik hem zijn gang gaan. Vooral vanwege eigen belang, want varen behoort niet tot mijn expertise. Maar dat wist T (nog) niet.

Talent

Na een beetje zigzaggen en hier en daar wat stress, ging het al heel snel fantastisch goed. T heeft vaartalent. Hij genoot er zichtbaar van, was niet uit de boot weg te slaan. De volgende dag mocht ik het proberen. T wilde wel bruin worden en nam plaats op de punt. Dat duurde niet lang. Ik bracht het er niet zo goed van af. We belandden direct in het riet, ik ontpopte me als een echte beginner. De instructies waren duidelijk. Ik herhaalde ze hardop: ‘als ik naar links wil, duw ik met mijn arm de motor naar rechts’. Dat ging goed zolang ik er niet over nadacht en gewoon stuurde. Zodra ik zwaaide naar dorpsgenoten langs de route, ging het helemaal mis. Ik kwam in de denkmodus, probeerde te herhalen hoe het moest en prompt draaiden we (bijna) pirouetjes. Automatisme was ver te zoeken.

Het zelfvertrouwen van T groeide met de minuut. Hij kan het beter dan z’n moeder! Dat zal ze weten ook. Van positief coachen heeft hij nog niet gehoord. ‘Pff, je kan er niks van’. ‘Ik zei toch net hoe het moest! Andere kant uit sturen! Denk er om!’ Als klap op de vuurpijl stelde hij voor ‘Ga jij maar weer op de punt zitten, dan vaar ik wel weer’. Ik pruttelde wat: ‘Ik heb het bijna nog nooit gedaan. Ik moet nog veel oefenen’. Hij keek me een beetje meewarig aan. En ik experimenteerde verder.

Iets nieuws leren

Iets nieuws leren, het valt niet altijd mee. Ik ondervind het nu zelf ook weer eens. Het motorisch leerproces kost tijd. Ik ben er van overtuigd dat de eerste fase van dat leerproces, ervaren en experimenteren, het allerbelangrijkst is. De leerling moet voldoende tijd krijgen om uit te proberen. De vaardigheid moet niet te moeilijk zijn, want als iets een keer mislukt, is de lol er snel af. Een positief leerklimaat is een must. Negatieve feedback leidt tot demotivatie en soms tot opgeven of stoppen.

Expliciet of impliciet

Je kunt motorische vaardigheden leren op een expliciete of impliciete manier. Traditioneel gebruiken we vooral de expliciete manier. Als iemand een beweging nog moet leren ga je hem (uitgebreid) vertellen hoe hij dat precies moet doen. Je geeft veel expliciete instructie in de vorm van technische aanwijzingen over hoe je de armen, benen, voeten of het hoofd moet bewegen. Er wordt een behoorlijk beroep gedaan op de cognitieve processen van de leerling. Op basis van de uitleg en informatie voert een leerling de beweging uit en achteraf wordt getoetst of de beweging goed is uitgevoerd.

Bij impliciet leren weet de leerling wat hij moet doen om de taak met succes uit te voeren. Hij ‘probeert uit’ en komt er al doende achter wat wel en niet ‘werkt’. Deze vorm van leren sluit perfect aan bij de eerste fase van het motorisch leerproces. Cognitie speelt een kleine rol, informatie over het bewegen wordt veelal onbewust verwerkt.

Aandacht

Aandacht speelt een belangrijke rol in leerprocessen. Traditioneel zijn we geneigd de leerling te stimuleren de aandacht te richten op de manier waarop hij zijn lichaam beweegt en de bewegingen uitvoert. Je zou kunnen zeggen dat we kinderen motiveren zichzelf te observeren. Dit wordt een ‘interne focus’ genoemd, de aandacht is gericht op het lichaam. Bij een externe focus is de aandacht buiten het lichaam gericht, op het effect of resultaat van de bewegingen (in de omgeving).

Uit onderzoek blijkt dat bij het uitvoeren en leren van bewegingen een externe focus effectiever is dan een interne focus. Basketballers die de instructie kregen om vooral op de ring van de basket en het resultaat van hun poging te letten verbeterden hun schotnauwkeurigheid meer dan degenen die de instructie ‘wikkel je pols af en zorg voor een juiste hoek’ kregen.

Darters die de instructie ‘kijk naar het centrum van het dartbord en scan van daaruit het hele bord en weer terug naar de roos’ kregen, gooiden nauwkeuriger dan de darters die de instructie ‘voel het gewicht van de dart; breng de dart bij je oor, voel het buigen van je elleboog en voel wanneer de dart uit je vingers gaat’.

In een van de vele voetbalfilmpjes van de laatste weken ontdekte ik het volgende filmpje. Ik vind dit een mooi voorbeeld van externe focus. Waar gaat de bal in? Hoe doet Remi het? Geen idee. De focus ligt op de bal, als die maar in de prullenbak, de put, oid terecht komt! Laten we dit zoveel mogelijk vertalen naar het leren zwemmen, geweldig.

foto bootje

Boot

Ik probeer het uit bij het varen, zoek een externe focus. Ik kijk naar de punt van de boot. Die moet in de goede richting en vooral niet recht op de brug afstevenen. Ik merk dat het werkt, ik ontspan.

Inmiddels heb ik al vaker geoefend. En kreeg ik gister zomaar een compliment van T. ‘Goh, je kunt het al beter’. Dat biedt perspectief en dat is maar goed ook. Want als onze oppasboot weer terug gaat naar z’n eigen bazen, hoeven wij niet te treuren. Inmiddels hebben we een eigen boot!

 

Titeke Postma inspireert en vernieuwt. Ze zet je op een originele, creatieve en eigenzinnige manier aan het denken over het leuk(er) maken van bewegen. Zodat bewegers ‘in beweging komen’, met plezier bewegen en daarom niet afhaken maar blijven bewegen.
 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *