Ik

Tijdens mijn opleiding Creatief Denken hoorde ik een verhaal dat ik niet meer vergeet. Er was een organisatie met een faxprobleem. Een fax kwam in meer dan de helft van de gevallen niet op de plaats van bestemming aan en bleef ergens in het kantoor ‘hangen’. Hoe los je zoiets op?

Kruip in de huid van

Door de creatieve techniek ‘kruip in de huid van’ te gebruiken! ‘Ik ben een fax. Ik wil naar degene die me nodig heeft, maar hier lig ik dan. Ik zou wel willen schreeuwen, ze zien me niet!’ De uiteindelijke oplossing was briljant. Er kwam gekleurd papier in het faxapparaat. De fax viel op, kreeg aandacht en slingerde niet meer rond. Zo’n soort ‘kruip in de huid van’ techniek wordt ook gebruikt in de reclame. Vanuit de radiospeakers spreekt mij regelmatig een autoverzekering toe (‘ik ben uw autoverzekering’). En al tijden scoort Nikon hoog met z’n prachtige commercial (I am Nikon).

In de huid van ‘iets’ of ‘iemand’ kruipen, om te begrijpen wat het voorwerp of die persoon voor je kan betekenen en hoe zij het beste een bijdrage kan leveren om de doelen (van jou, de radioluisteraar, de potentiële koper, de directeur met een faxprobleem) te bereiken. Een techniek die je helpt je focus en doelen vast te stellen. Vandaag de dag lijken middelen belangrijker dan het doel, volgens Bas Heijne in zijn column Hoer, dit weekend in het NRC.

Egocultuur

Heijne reageert op de lezing die Femke Halsema deze week hield. Volgens hem klinkt de kritiek van haar (hulporganisaties zijn meer met elkaar bezig dan met slachtoffers en tonen fotogeniek leed om donateurs te werven) tegenwoordig overal; op organisaties, bestuursorganen, partijen, instituten. Er heerst een egocultuur, met kenmerken als ‘in zichzelf gekeerd’, ‘alleen met zichzelf bezig, niet met de zaak waar ze voor staan’, ‘nodeloos competitief’ . De tijden van schaarste zorgen voor dilemma’s. Om je hoofd boven water te houden, ga je ‘gekke’ dingen doen (lees Heijne voor de voorbeelden).

Nationaal zwemdiploma aan zijden draad

De visie die Bas Heijne verwoordt, past volgens mij ook bij de ontwikkelingen die je ziet in de zwembadbranche. Het voortbestaan van zwembaden is niet meer vanzelfsprekend. De sport en sportbonden hebben het moeilijk, bestuurlijke belangen lopen steeds meer uiteen. Er zijn diverse dilemma’s met betrekking tot de zwemdiploma’s die de gezamenlijkheid in de branche onder druk zetten.

Kunnen we niet afzwemmen in ons eigen (volgens de gezamenlijke afspraken te ondiepe) zwembad? Dan passen we die norm aan en geven een eigen diploma uit. Balen we dat er niet genoeg kinderen doorstromen naar de zwemvereniging? Dan zeggen we dat de inhoud van het diploma niet deugt en passen we dat aan. Klagen ouders dat het leren zwemmen zo lang duurt en zoveel kost? Kunnen we het diploma dan niet aanpassen, kom we verzinnen een list. De klant is koning en wij moeten het hoofd wél boven water houden.

Tijd voor een doorstart

Kunnen we de ambities en overtuigingen van weleer nog oppoetsen? Bas Heijne stelt zich voor dat iedereen een zelfgekozen tattoo draagt, om zichzelf er dagelijks aan te herinneren waarom je ook alweer doet wat je doet. Mooi idee. Maar waarom doen wij ook alweer wat we doen? Waarom hebben we dat gezamenlijke zwemdiploma eigenlijk? Ik stel voor dat we een poging wagen om in de huid van het zwemdiploma te kruipen. Creatief en zeer van deze tijd! Op zoek naar de briljante oplossing. Tijd voor een doorstart!

DSC_0191-3

Ik ben een zwemdiploma

Ik ben een zwemdiploma. Ik ben van papier, lekker stevig, van een goede kwaliteit. Je krijgt me in een plastic hoesje, als je de dingen kunt die op mij staan. Die leer je tijdens de zwemles. Je laat ze zien bij het ‘diplomazwemmen’. Ze noemen me ook wel ‘het A’ of ‘het B’ of ‘het C’. Als je me krijgt is het feest. Als je mijn naam noemt weet iedereen wat je bedoelt. Nu nog wel in ieder geval.

Het gaat niet zo goed met de organisaties die mij verkopen. Ze ruziën over wat er op mij moet staan. Ik weet niet waarom ze dat doen. Ben ik niet goed genoeg? Staan er verkeerde dingen op mij? Is het te moeilijk voor de kinderen van deze eeuw? Willen ouders mij niet meer? Willen zij geen of een ander papiertje? Ze zeggen dat er misschien meer zwemdiploma’s zoals ik komen. Of dat ik misschien weg moet. Waarom? Ben ik te duur? En willen ze mij daarom liever zelf verkopen? Hoe moet dat dan? Wat staat er dan op die andere papiertjes? Hetzelfde? Vast niet, dat zou wel heel gek zijn. Er kan toch ook iets anders op mij worden gezet? Dat kunnen ze dan toch wel overleggen? Dat hebben ze eerder ook gedaan! Waarom nu niet?

Hoe moet het dan met mij? Niemand snapt er meer iets van! Wat ben ik straks nog waard? Moet ik een wedstrijd spelen met de andere papiertjes? Hoe moet ik dat dan doen? Het leren zwemmen blijft toch hetzelfde? Dat andere papiertje moet toch ook een bewijs zijn dat kinderen niet zo maar verdrinken? Wat stel ik nog voor? Ik ben bang dat ik kopje onder ga! En ik kan niet zwemmen. Dan verdrink ik! En ben ik helemaal verdwenen….

Help!

Titeke Postma inspireert en vernieuwt. Ze zet je op een originele, creatieve en eigenzinnige manier aan het denken over het leuk(er) maken van bewegen. Zodat bewegers ‘in beweging komen’, met plezier bewegen en daarom niet afhaken maar blijven bewegen.

One thought to “Ik”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *