Waanzinnig

Waanzinnig. Het is een woord dat ik zelf niet zo vaak gebruik. Maar nu wel. Ik heb een boek geschreven! En ik geef het zelf uit.

Schrijven!

Aanloop
Het leuke aan twitter en andere social media is dat je het idee hebt dat je iemand heel goed kent. Ook al heb je hem of haar nog nooit ontmoet. Zo leerde ik @MarcelvanDriel ‘kennen’ toen hij bezig was met zijn project Superhelden.nl. Via allerlei berichten en stappen volgde ik hem in zijn project. Ik stemde mee over de voorpagina en uiteindelijk kocht ik (natuurlijk!) het boek.

Dat gebeurde na  2,5 jaar ‘twittercontact’ , toen ik Marcel in levende lijve ontmoette bij een huiskamerlezing die hij gaf bij de zus van een goede vriendin. Ik had z’n boek ‘Waanzinnige plannen’ inmiddels gelezen en al bijna 2 jaar nagedacht over mijn eigen plan.

Marcel vertelde in de huiskamer over zijn projecten, plannen, ups en downs en daagde ons, bankzitters, uit om onze eigen waanzinnige plannen te presenteren. Ik waagde de gok. ‘Ze’ zeggen dat iets hardop uitspreken helpt om je plannen te versnellen, dus daar stond ik dan.

Dromen
Die avond, 7 november 2014, startte mijn waanzinnige plan: een boek schrijven voor ouders met kinderen op zwemles. Ik droomde hardop hoe het zou zijn als het boek af was. Wat zou het fantastisch zijn als alle ouders het boek zouden lezen. Als alle kinderen heel veel plezier in zwemmen krijgen. Vooral ook de kinderen die meer oefentijd nodig hebben of vooral veel moeten spelen om succes te ervaren.

Marcel van Driel deed er nog een schepje bovenop. Zou het niet fantastisch zijn als het boek bij alle zwembaden op de balie bij de receptie zou liggen? Eh, ja, dat zou ook fantastisch zijn.

Durven
Volgens Ben Tiggelaar komt na het dromen ‘het durven’. Voldoende lef en durf verzamelen is niet niks. Zal ik een uitgever zoeken? Of ga ik het boek zelf uitgeven? Wat moet ik dan allemaal doen?
Heel veel, maar allemaal zo leuk! Uiteindelijk startte ik in 2015 met de ‘Samen leren zwemmen challenge’. Redelijk impulsief, maar wetend dat ik het zou kunnen gebruiken om uiteindelijk mijn boek te schrijven.

Doen
Na de tips op Facebook heeft nog bijna een jaar geduurd voordat ik het eindelijk echt ging doen. Op een gegeven moment werd me duidelijk: als ik dat boek wil schrijven, dan moet het nu! Zo gezegd, zo gedaan. Ik ben als een waanzinnige aan de slag gegaan en nu is het boek klaar! Hoewel…. het ligt nog bij de drukker. Maar zeer binnenkort worden de dozen vol boeken afgeleverd. En volgt waanzinnige fase twee, de boeken verkopen!

thickpaperbackfront
Nieuwsgierig?
Ben je al een beetje nieuwsgierig? Kijk dan op de website en ontdek de voorverkoopactie. Wil je het boek (eerst) in het echt zien? Zoek me op tijdens mijn workshop op de Zwembadbranchedag.

En terwijl ik dit blog schrijf, komt er een eerste bestelling van 10 boeken binnen. Joepie! Ik ben van de ‘0’ af! Wat zeggen ‘ze’ ook alweer? Een goed begin is het halve werk. Ik geloof er in.

Titeke Postma inspireert en vernieuwt. Ze zet je op een originele, creatieve en eigenzinnige manier aan het denken over het leuk(er) maken van bewegen. Zodat bewegers ‘in beweging komen’, met plezier bewegen en daarom niet afhaken maar blijven bewegen.

Ode aan de Kendama

Kendama

Hij hangt! In de auto. Mijn Kendamasleutelhanger. Gevonden in Japan natuurlijk. In Tokyuhands, een warenhuis waar werkelijk van alles te koop is. Nu kan ik tijdens het autorijden heerlijk nagenieten en me laten inspireren.

Ik zag de Kendama ruim 4 jaar geleden voor het eerst in Amsterdam, in de etalage van de Juggle-store. We namen er twee mee voor W&T, als cadeautje na ons weekendje weg. Ik was benieuwd of ze het leuk zouden vinden. Een diabolo was eerder geen succes, daar konden ze niet goed mee uit de voeten. Maar de Kendama bleek een gouden greep. Hoewel we geen voorbeelden konden geven en qua technische aanwijzing niet verder kwamen dan ‘ga maar een beetje door de knieën’, leverde oefenen met de Kendama snel resultaat. De bal belandt gemakkelijk op de verschillende vlakjes en de ‘bal op de pin’ krijgen bleek een echte uitdaging.

Ideaal lesmateriaal

Dit bracht me op het idee om de Kendama’s te gebruiken tijdens trainingen en workshops die ik geef. Ik bestelde er 12 en het bleek inderdaad ideaal lesmateriaal. Om deelnemers iets nieuws te leren. En hen op die manier in de huid van kinderen die net op zwemles komen te laten kruipen. Iedereen voelt weer even de spanning die iets nieuws leren oplevert. Ik hoef niet meer uit te leggen dat succes motiveert om door te gaan, dat ervaren deelnemers als vanzelf. En wanneer het niet lukt, is mijn rol als ‘lesgever’ doorslaggevend en daar maak ik dan ook dankbaar gebruik van.

Impliciet leren

De Kendama blijkt ook een prachtig instrument om na te denken over ‘impliciet leren’ en dit te ervaren. Het is een manier van motorisch leren waarbij informatie over het bewegen vooral onbewust wordt verwerkt. Bij impliciet leren wordt er (bijna) niets verteld over de regels van de uitvoering (hoe de beweging uitgevoerd moet worden). De persoon die leert kan de regels van de bewegingsuitvoering dan ook niet verwoorden, maar kan de bewegingsvaardigheid wel succesvol uitvoeren.

Succes

Het is daarom bij impliciet leren belangrijk te weten wat het doel van een opdracht is en wanneer de beweging geslaagd is, met andere woorden ‘lukt’. Bij de Kendama is dat heel duidelijk: het balletje moet op het vlakje terecht komen of op de pin. Hoe je dat doet? Dat wordt niet voorgeschreven. Door de beweging op verschillende manieren te maken, wordt onbewust ‘motorisch geleerd’.

En hoe zit dat dan met het leren van de techniek? Ik weet het niet. Er zal ongetwijfeld een ideale techniek zijn, want er is een echte wereldkampioen zoals je in het volgende filmpje kunt zien.

Anders kijken

Vertaal je deze kennis over impliciet leren naar leren zwemmen, dan moet je echt wel even heel anders kijken. Wanneer kinderen ringen van de bodem moeten halen, dan is het succes goed onder woorden te brengen en te verpakken in een opdracht. Zijn de ringen van de bodem? Opdracht geslaagd! En hoe je dat voor elkaar hebt gekregen? Dat maakt niet zoveel heel veel uit. Ervaar ‘gewoon’ zoveel mogelijk manieren, dan leer je als vanzelf om onder water te gaan. Maar hoe zit dat dan met het leren van de schoolslag?

Schoolslagtechniek

Met de schoolslag kom je vooruit in het water en je wordt, als je het een beetje slim aanpakt, niet overdreven moe. Je kunt deze zwemslag daardoor lang volhouden. Daarom is de schoolslag een zwemslag die heel geschikt is om jezelf in veiligheid te brengen.

Wanneer heb je ‘schoolslagsucces’? Ik denk dat dat het geval is als je je met deze zwemslag verplaatst. Is techniek daarvoor heel belangrijk? Nou ja, een ‘goede’ techniek is wel heel handig. Want een ‘goede’ uitvoering zorgt er voor dat zoveel mogelijk van de kracht die wordt geleverd wordt ‘omgezet’ in voortbeweging, dus stuwing. Een verkeerde uitvoering (de combinatie is niet goed, de stuwvlakken (handen en voeten) worden niet optimaal gebruikt, de ligging is niet horizontaal e.a.) zorgt er voor dat je veel weerstand ontwikkeld en dat de stuwing daar niet tegenop kan. Of het betekent dat je nog niet voldoende kunt stuwen omdat je je nog niet goed kunt afzetten tegen het water. (Je hebt nog geen goed watergevoel ontwikkeld).

Kendama versus schoolslag

Een bal op een vlakje van de Kendama is als het ware hetzelfde als het verplaatsen met de schoolslag. Wanneer je de beweging niet goed genoeg maakt, lukt het niet. Door de beweging op allerlei manier te variëren (grote en kleine slagen, met en zonder ademhaling, onder en ‘boven water’, als een reus of muis etc) en zo te ervaren wanneer de uitvoering wel en niet zo succesvol is, wordt onbewust de techniek van de beweging geleerd. En dat zonder (expliciete) technische uitleg.

Kansen

Zou dat echt zo zijn? Ik heb er vertrouwen in, bij de Kendama werkt het in ieder geval! Minimaal een kwart van de deelnemers krijgt de bal binnen 5 minuten op de pin tijdens mijn trainingen. Ik realiseer me dat zo’n aanpak compleet anders is dan we gewend zijn. Daarom is het niet zo gemakkelijk om het ‘zo maar’ toe te passen in de praktijk. En er moet per slot van rekening wel een zwemdiploma worden gehaald.

Maar impliciet leren biedt veel kansen. Vooral wanneer het leren niet vanzelf gaat. Dan voelen we de noodzaak. De ‘gewone’ manier werkt niet, dus moeten we op zoek naar iets anders. Laat de Kendama ons verder inspireren tot het bedenken van nieuwe aanbiedingsvormen!

 

Nieuwsgierig? Meer weten? Er zijn nog enkele plaatsen beschikbaar voor de workshop ‘Als leren zwemmen niet vanzelf gaat’!

 

Knuffels

Tijdens de workshop ‘Creatief in beweging’ die ik tijdens de Zwembadbranchedag 2015 gaf, stond de vraag ‘hoe kunnen we er voor zorgen dat kinderen met meer plezier leren zwemmen?’ centraal. Doel was om verschillende creatieve (denk)technieken te introduceren en deelnemers te laten ervaren hoe je op nieuwe ideeën kunt komen.

Associeren maar!

Nieuwe ideeën ontstaan sneller wanneer je in staat bent om goed te associeren. Het gaat bij een associatietechniek even helemaal niet om je centrale vraag, maar je neemt even afstand en luistert naar muziek of kijkt naar een foto. En terwijl je luistert of kijkt, denk je ‘zo maar’ aan allerlei onderwerpen. Die gedachten schrijf je op, je verzamelt ze bijvoorbeeld  in een mindmap of ‘bloem’.

Tijdens de workshop liet ik de volgende foto zien en vroeg ik de deelnemers op te schrijven waar ze aan dachten.

Naamloos

Kleine kinderen, je eigen kind, je kind naar bed brengen, kermis, touwtje trekken, ballen gooien. Veel associaties passeerden de revue. Daarna werd het lastiger. De opdracht was om een associatie te nemen en te kijken wat je daarmee zou kunnen voor de centrale ‘plezier’vraag. Dus, hoe kom je, door te denken aan (bijvoorbeeld) ‘ballen gooien’, op een nieuw idee om kinderen meer plezier te laten beleven tijdens de zwemles?

Met deze associatie ligt het idee grotendeels voor de hand. Je kunt ballen gebruiken in de zwemles. Prompt werden allerlei andere materialen opgesomd om te gebruiken in de zwemles. Het begrip ‘kermis’ sprak ook tot de verbeelding. Spelletjes doen.Touwtje trekken onder water, nieuw materiaal aan touwtjes maken, ballen gooien in drijvende emmers, samen een levende draaimolen nadoen. Maar knuffels gebruiken in de zwemles?

Prachtig idee

Hoe we er op kwamen, ik weet het niet meer. Maar via, via, via, bedachten we met elkaar dat het leuk zou zijn om kinderen hun eigen favoriete knuffel mee te laten nemen naar het zwembad. Dan kunnen ze aan hun knuffel laten zien wat ze allemaal hebben geleerd op de zwemles. En hoe mooi en goed ze al zwemmen. Dat werkt motiverend!

Ik word altijd blij van zulke dingen. Dit vond ik gewoon echt een leuk idee. Je kunt je voorstellen dat ik nog blijer werd toen ik onlangs in het Molenduinbad in Norg de volgende poster zag hangen. Het idee van de workshop omgezet tot actie.  Geweldig!

knuffels 2

Wil je ook leren hoe je (samen met je team) nieuwe ideeën kunt verzamelen? Dan is de masterclass Creatief in Beweging misschien iets voor jou! 

 

 

Japan

Japan-2Japan-1-2

Inmiddels word ik weer gewoon op de normale tijd wakker. De jetlag is definitief voorbij, de vakantie (dus) ook. Het was heerlijk in Japan.

Ik kreeg de afgelopen week meerdere keren de vraag ‘wat vind je vooral zo leuk aan dat land?’ Tja. Er zijn hoogtepunten die je gezien moet hebben. In Londen heb je de ‘London Eye’, ‘the Shard’, Buckingham Palace en, voor voetbalfreaks, Wembly en het stadion van Arsenal. In Tokyo heb je de Tokyo Sky Tree (634 meter hoog), de tuinen bij het Keizerlijk Paleis, mooie tempels en de beroemde Tsukiji vismarkt.

Maar de echte charme van Japan zit voor mij in de totaal andere cultuur. We hebben ons twee weken ondergedompeld en zijn meegegaan in de flow van Japan. In de steden is het constant druk, er zijn onvoorstelbaar veel mensen op de been. Je vindt er jongeren met lef, die zich kleden op een manier die je in Nederland niet zomaar tegenkomt. Er zijn warenhuizen met 15 verdiepingen en allemaal subgebouwen waarin je verdwaalt. En ‘speciaalwarenhuizen’ met 6 verdiepingen met werkelijk alles wat met fotografie te maken heeft. Cadeautjes worden perfect en met veel zorg ingepakt. Wanneer het regent wordt het (papieren) draagtasje nog eens extra omgeven door plastic.

In Japan vind je katten met mutsen, honden met shirtjes, Geisha’s, tuinen zonder een spatje groen en nog veel meer.

Japan-1Japan-3Japan-5

Japan is het land dat mij enorm inspireert. Ik verbaas me keer op keer, het land laat me zien hoe het óók kan, volstrekt anders dan we gewend zijn. Dat maakt me creatief, er borrelen allemaal ideeën op, het zet aan tot denken, het maakt me enthousiast.

Oké, je moet er wel voor open staan. En niet te snel oordelen en dingen ‘raar’ vinden. Gelukkig hebben onze kinderen dat ook zo opgepakt. Ze vinden sommige mensen best wel ‘gek’, maar ontdekten dat dat andersom ook zo gold. Waar in Nederland worden ze zo maar uitgenodigd om samen op de foto te gaan?Japan                                Japan-9

En ons bezoek aan het ‘Bengalenforest’ was een groot succes. Na een half uur rondhangen in een kleine ruimte met ongeveer 12 jonge Bengaalse katten ontkomen we er echt niet meer aan. Er ontstond zoveel ‘gezeur’, dat we overstag zijn gegaan. Na de zomer krijgen we er een kleine Bengaalse poes bij. De discussie is nu nog even welke naam we gaan gebruiken. Gaia? Yoshi? Of toch Muji of Fuji?

Japan-6

Hoe dan ook, Japan houdt ons in beweging!

Vernieuwen, geen ontkomen aan

stiften klein

Ik heb goede herinneringen aan V&D. Wanneer ik als klein meisje logeerde bij mijn Pake en Beppe in Ureterp, gingen we altijd een dagje naar Groningen, met de bus. Dan mocht ik natuurlijk iets moois uitzoeken. Bij V&D. Trots als een pauw ging ik dan naar school met een reuzengum of een hele mooie nieuwe pen.

Toen ik naar de middelbare school ging, deed ik inkopen op de derde verdieping, de Schoolcampus. Van de plotselinge sluiting van V&D baalde ik. Ik had niet eens even afscheid kunnen nemen! Maar gelukkig, de winkel ging nog even weer open. Afgelopen weekend kocht ik voor de laatste keer wat ik altijd kocht. Mooie stiften, pennen, notitieboekjes, verf voor mijn vriend.
Een stad zonder V&D, dat is raar. Volgens mijn vaste denkpatroon ‘hoort’ het niet, maar ja, het is wel zo. Ik moet er maar aan wennen, dat gaat wel lukken, een andere winkel is zo gevonden.

Soms geen ontkomen aan
Veranderen of vernieuwen, wie krijgt er niet mee te maken?
Door ziekte of een ernstig ongeluk, wordt alles wat ‘gewoon’ was, weggevaagd. Er zit niks anders op dan opnieuw te beginnen, je moet leren omgaan met de situatie zoals die is. Een lastige en zware tijd. Het wordt nooit meer zoals het was.

Door de overname van jouw zwembad door een andere exploitant moet je opeens met een heel andere lesmethode aan de slag. Werkte je eerst met kurken en planken, moet je nu opeens werken met de easy-swim, zwembrilletjes of mag je helemaal geen materiaal meer gebruiken. Je kunt je verzetten tegen de vernieuwing, maar je weet dat het niet wordt gewaardeerd. Je wordt van verzet ook niet blij. Een betere keuze is om de vernieuwing als uitdaging te zien, maar dat is soms fors moeilijk. Waarom is het nodig? Heb je het al die jaren dan fout gedaan?

Vernieuwen of veranderen, je ontkomt er niet aan als de situatie je er toe dwingt. Maar we houden er niet echt van en zoeken het, als het niet nodig is, niet zomaar op. Het is prettiger in onze veilige, comfortabele zone. Iets ‘anders’ doen levert vaak onzekerheid op. We houden het liever bij het oude.
Toch is het zeer de moeite waard is om jezelf toe te staan om te (leren) vernieuwen. Er zijn veel situaties te benoemen waarin ‘veranderen of vernieuwen’ eigenlijk een must is.  Maar waarin we er, door ons vaste denkpatroon, meestal niet aan denken.

Wat doe je?
Wat doe je als arts wanneer je ziet dat je client positief is, hoop zoekt en zich (nog) niet neerlegt bij de diagnose? Blijf je bij je standaard verhaal, gebaseerd op feiten en onderzoek? Of toon je begrip en sluit je aan bij  de hoop en positiviteit omdat je weet dat dat de kans op gezonder en /of beter worden enorm kan vergroten?

Wat doe je als lesgever wanneer je ziet dat jouw leerling zelf met ideeën komt en dit, ook zonder toestemming, aan jou laat zien? Hou je vast aan je wat je altijd doet? Of ben je in staat aan te sluiten bij het kind en het via een andere weg naar jouw doelen te krijgen?

Wat doe je als een kind iedere les huilend binnenkomt? Blijf je volharden in je eigen patroon, ‘dit gaan we doen’? Of probeer je het op een andere manier, die onvoorspelbaar is, maar beter aansluit bij het kind en misschien het huilen over laat gaan.

Wat doe je als blijkt dat jouw aanwijzingen zoals ‘buik omhoog’, ‘uitdrijven!’, ‘tenen naar buiten’ niet werken? Kom je tot de conclusie dat jouw manier, op dat moment, niet de juiste is? Ben je in staat om het anders te doen, beter af stemmen op het kind, om wel resultaat te krijgen?

Betere relatie, meer resultaat
De genoemde situaties dagen uit om anders te kijken en anders te reageren dan je gewend bent. Door je in te leven en je af te vragen waarom een kind huilt, het niets doet met je aanwijzing of liever z’n eigen gang wil gaan, kun je jouw gedrag beter afstemmen. Het belangrijkste resultaat is dat er een gelijkwaardige relatie ontstaat waarin je werkelijk naar de ander kijkt. De ander wordt daardoor ‘gehoord en gezien’ en (dus) erkend en voelt zich veel prettiger. Leren zal veel beter gaan.

Op tijd in de startblokken
Ook wanneer alles goed verloopt en er geen reden tot veranderen is of lijkt, is het goed om bewust stil te staan bij wat je doet. In onderstaande grafiek (overgenomen uit ‘De paradox van de lege jas’ van Charles Handy) is dat mooi verbeeld.

sigmoid curve

Wanneer je begint met de ontwikkeling van (nieuwe) producten en diensten, gaat het na de start  steeds beter, de lijn in de grafiek gaat omhoog. Wanneer je verder niets doet, komt er een punt waarop het succes af neemt (richting punt B). Het is de kunst om op tijd (punt A) onderdelen aan te passen en te verbeteren of het product te vernieuwen. Er start dan een nieuw ontwikkelingsproces, met na de start weer een stijgende lijn (die hoger ligt en dus staat voor meer succes).

Stap in de draaimolen!
Het lijkt er op dat V&D te laat is begonnen om hun te concept te vernieuwen. Hoe is dat in jouw werksituatie?

Is veranderen niet zo ‘jullie ding’ of zoeken jullie een aanjager om in beweging te komen? Stap dan met je team in de draaimolen van Propulz.tP tijdens de inspiratieworkshop ‘De zwemles van morgen’!

dsc_0062-5.jpg

Titeke Postma inspireert en vernieuwt. Ze zet je op een originele, creatieve en eigenzinnige manier aan het denken over het leuk(er) maken van bewegen. Zodat bewegers ‘in beweging komen’, met plezier bewegen en daarom niet afhaken maar blijven bewegen.

Op zoek naar ideeën

zee (1 van 1)-2

Ik ben bezig met de voorbereiding van de workshop die ik aanstaande woensdag geef tijdens de Zwembadbranchedag 2015. De titel is ‘Creatief in beweging’. Het is de ‘ondertitel’ van mijn bedrijf, een soort lijfspreuk. Maar wat moet je je daar nu bij voorstellen?

Blijven bewegen

‘Creatief in beweging’ heeft voor mij (n bedrijf) twee invalshoeken. Ik hou er van om op een creatieve manier naar bewegen te kijken. Ik kijk om me heen en probeer ideeën te verzamelen met als achterliggende vraag ‘hoe kunnen we er voor zorgen dat bewegers in beweging komen, met plezier bewegen en dit ook volhouden (blijven doen)’.  De ideeën verwerk ik in mijn visie op leren zwemmen, producten en workshops.

Veranderen is bewegen

Daarnaast gebruik ik ‘Creatief in beweging’ ook in letterlijke zin. Tijdens mijn trainingen gebruik ik creatieve werkvormen en, als het mogelijk is, creatieve technieken om mensen te laten nadenken over mogelijkheden om te vernieuwen, te veranderen en/of te verbeteren.

Wanneer ik verander- en verbeterprocessen begeleid, maak ik gebruik van het volgende stappenplan:

  1. Vaste patronen zoeken, hoe doe(n) je (jullie) het nu? (beginsituatie vastellen en nadenken over waarom je wilt veranderen of vernieuwen; de richting en/of het doel van de verandering of vernieuwing vaststellen)
  2. Hoe kan het anders? Op zoek naar ideeën en oplossingen voor je vraagstelling (trends opzoeken, onderzoek en literatuur bijhouden, experts raadplegen, kijken bij anderen, brainstormen = met creatieve technieken komen tot heel veel oplossingen en ideeën)
  3. Wat vind je er van? Op zoek naar weerstand, wat houdt je tegen? (de oplossingen bespreken, combineren, bijschaven e.d. om uiteindelijk een keuze te kunnen maken)
  4. Wat ga je anders doen? (kiezen)
  5. Hoe ga je het doen? (actieplan, wat ga ik doen om het doel te bereiken?)

Wanneer het gaat om het creëren van draagvlak voor een verandering, ligt het accent op stap 1, 2 en 3. Met elkaar kijken we dan bijvoorbeeld naar hoe er nu wordt lesgegeven. Ik kruip dan in de rol van de expert en presenteer allerlei voorbeelden van ‘hoe het ook kan’. Meestal zijn daar ook extremen bij, waardoor er een levendige, soms pittige discussie ontstaat. Dat is ook de bedoeling. Er is veel ruimte voor het uitwisselen van individuele meningen.

Brainstormen

Ik word ook gevraagd om met deelnemers/medewerkers te zoeken naar allerlei oplossingen voor een bepaalde vraag (die vooraf is geformuleerd). Op zo’n moment presenteer ik geen eigen ideeën, maar stimuleer ik deelnemers om met elkaar op ideeën te komen, ik begeleid dan een brainstorm.

Dat ga ik ook doen in de workshop tijdens de Zwembadbranchedag. Als deelnemer ga je (in een half uur) aan de slag met creatieve technieken en ervaar je hoe je tot oplossingen en ideeën kunt komen. In de aankondiging staat een aantal voorbeeldvragen voor de brainstorm genoemd. Om tijd te besparen, moet ik die vraag vooraf kiezen. Denk je met me mee?

Welke vraag?

Ik heb een voorselectie gemaakt van vragen die ik tijdens de workshop centraal kan stellen:

  1. hoe kunnen we kinderen met (meer) plezier leren zwemmen?
  2. hoe kunnen we kinderen sneller leren zwemmen?
  3. hoe kunnen we meer bezoekers naar het zwembad krijgen?

Welke vraag heeft jouw voorkeur? Laat het me weten via een reactie hieronder of op Facebook of mail jouw keuzenummer. Kom je niet naar de Zwembadbranche dag? Ook dan kun je stemmen. Ik beloof dat ik een samenvatting blog van de oplossingen die zijn bedacht!

Zwemles in de toekomst

Kunstroute Goutum (1 van 8)

Het is vandaag ‘werelddag van de verbeelding’. Daarom ga ik (nog een keer*) dromen over zwemles van de toekomst? Heerlijk om daar over na te denken! Leren is leuk! Kinderen krijgen volop gelegenheid om zelf mee te beslissen over wat ze gaan doen. De start van de les is iedere keer een verrassing, kinderen zijn bloednieuwsgierig. Vooruitkomen in het water staat iedere les centraal. Hoe? Op allerlei manieren. Met een borstcrawl, schoolslag of door te zwemmen zoals Superman vliegt. Leren zwemmen is leuk, het plezier spat er af. Ouders zijn tevreden, ze weten waar ze het voor doen.

Een utopie? Doen we het eigenlijk al op deze manier? Wat moet er veranderen? Het begint volgens mij bij de manier waarop we naar leren zwemmen kijken. Nu lijkt het of leren zwemmen het aanleren van een zwemslag is. Het technisch perfecte plaatje is de leidraad. “De schoolslag is te moeilijk, borstcrawl is ‘veel natuurlijker’, supermanzwemmen past beter”. Mijn ideaal is leren zwemmen te zien als ‘je leren verplaatsen in het water’. In het begin doe je dat lopend. Als dat lukt, ontstaat er motivatie om het ook eens op een andere manier te proberen. Kinderen raken gewenaan water, leren evenwicht te bewaren en zich te verplaatsen op gevarieerde manieren.

Zwemmen is vooruit komen in water

Hoe je precies vooruitkomt is niet belangrijk, kinderen worden door feedback wel uitgedaagd de stuwvlakken zo effectief mogelijk in te zetten. Het gaat niet om het perfecte plaatje, het effect of resultaat staat centraal. Het ontwikkelen van watergevoel is het doel. Impliciet leren is het uitgangspunt. Dit betekent dat kinderen op een onbewuste manier leren dat vooruitkomen altijd lukt. Door feedback, verpakt in leuke opdrachten en met behulp van materialen ontdekken ze dat voortbewegen ook nog anders kan. Op een manier die ‘de mensen die er verstand van hebben ‘‘beter’ vinden.

Na het ‘vrijblijvende’ volgt het leren van een bepaalde zwemtechniek. Ik kies voor de zwemslagen uit het Zwem-ABC. Ik wil ze de enkelvoudige rugslag leren omdat ze met die vaardigheid met relatief weinig energie naar de kant kunnen zwemmen. Ik wil ze de borstcrawl leren omdat dat een slag is waarmee je voor de dag kan komen. En die schoolslag is heel handig als je jezelf wilt redden.

Meer impliciet leren

Als je deze zwemslagen perfect uitvoert verbruik je geen onnodige energie en heb je een optimaal rendement in de vorm van voortstuwing. Niet (direct) haalbaar bij jonge kinderen van 4 à 5 jaar. Ik kijk daarom liever naar de globale uitvoering van de zwemslag en hoop dat ze het al ontwikkelde watergevoel gaan inzetten om vooruit te komen. Door variatie en feedback wordt de techniek beter, kinderen remmen zichzelf minder af, voelen het ritme van de slag.

Expliciet leren wil ik zoveel mogelijk vermijden. Ik leg de slag niet tot in de puntjes uit. Een zwemslag doe ik voor, kinderen proberen het na te doen en ontdekken. Ik kijk naar de totale beweging, ik beperk de feedback op de uitvoering. ‘Kin op je borst’ vervang ik door ‘kijk naar de pion op de bodem’, ‘lang maken’ vervang ik door ‘tik de flexibeam aan’. Ik neem op de korrel toe dat het een tijdje duurt voordat ‘het kwartje valt’. Langer dan nu, in 2015, gaat het niet duren. Ik weet dat door veel gevarieerd oefenen de goede technische uitvoering uiteindelijk wordt bereikt.

Wat levert het op?

Anders kijken naar een zwemslag, wat levert het op? Leren wordt leuker. Belangrijke voorwaarden om de motivatie van kinderen te bevorderen zijn gemakkelijker in te vullen. Variatie in de uitvoering van het bewegen is een must, kinderen worden meer betrokken bij het leerproces (ik kan het zelf), een uitvoering lukt veel sneller (ik kan het), positieve feedback geven kost de lesgever geen enkele moeite. Iedere kind leert op zijn eigen manier en niveau. Iedereen is bezig met hetzelfde doel, afkijken is leuk en mag, er is verbondenheid (ik hoor er bij).

Lessen waarin alleen maar op dezelfde manier heen en weer wordt gezwommen, behoren tot de verleden tijd. Ze zijn niet effectief en dodelijk saai. Door variatie, zelf ontdekken, oefenen en herhalen, individuele feedback lukken dingen beter en wordt het leren spannender en afwisselender.

Kinderen met een (gezonde) bewegingsdrang komen in hun element. Kinderen die doorstromen uit het baby- en peuter zwemmen mogen blijven doen wat ze altijd al deden. Spelend leren, maar nu met een duidelijker plaatje als richtlijn.

Het kind met talent valt direct op. Het laat zien dat het van nature al watergevoel in zijn bezit heeft. Hoe? Dit kind komt het snelste vooruit, in alle fasen, op alle manieren. Een borstcrawl heeft het kind zo onder de knie. Een enkelvoudige rugslag en schoolslag ook! Door de individuele feedback groeit dit kind in z’n zelfvertrouwen, uitdaging en variatie zorgen ervoor dat steeds nieuwe varianten worden ontdekt. De intrinsieke motivatie groeit.

Ouders en de toekomst

Als je het mij vraagt, hebben ouders het wel moeilijk met de zwemles, in de toekomst. Het gezamenlijke doel blijft wel gelijk. Zorgen dat kinderen zichzelf kunnen redden, dat is waar we het voor doen. Maar het vertrouwde zwemlesbeeld is enigszins gehusseld. De schoolslag en borstcrawl zijn concrete dingen, iedereen weet waar je het over hebt en hoe ze er uit moeten zien. Vooruitkomen op je eigen manier? Schoolslag leren op allerlei gekke manieren? Impliciet leren? Slijpt die beweging niet fout in? Moet je ’m dan niet weer afleren? En hoe lang duurt dat dan wel niet?

Gelukkig is al veel onderzoek gedaan naar impliciet en expliciet leren, soorten feedback en ontwikkelen van intrinsieke motivatie. De resultaten bieden grote kansen voor de zwemles van de toekomst. Interessant om vorm te geven en de effecten te onderzoeken. Op naar de toekomst!

(*dit blog verscheen eerder als gastblog voor het Expertisecentrum Zwemonderwijs)

 

Titeke Postma inspireert en vernieuwt. Ze zet je op een originele, creatieve en eigenzinnige manier aan het denken over het leuk(er) maken van bewegen. Zodat bewegers ‘in beweging komen’, met plezier bewegen en daarom niet afhaken maar blijven bewegen.

Minder verdrinkingen, is schoolzwemmen de oplossing?

zee (1 van 1)

Iedere zomer keert het terug. In 2014 en 2015 luidt Reddingsbrigades Nederland op identieke wijze de noodklok. Het aantal verdrinkingen in de zomer stijgt. Om ‘Poolse toestanden’ te voorkomen moet het schoolzwemmen weer worden ingevoerd en verplicht.

De reacties zijn ook jaarlijks nagenoeg gelijk. Leren zwemmen is een zaak van de ouders. Voor kinderen die geen zwemles (kunnen) krijgen, hebben gemeenten een apart ondersteuningsbeleid. Minister Schippers gaat wel steeds een stapje verder. Ze geeft dit jaar aan dat ze leren zwemmen heel belangrijk vindt en dat je vooral niet moet stoppen na A. En dat je, ook na het halen van het diploma, moet blijven zwemmen met je kinderen.

Dé oplossing?

Zal het steeds opnieuw herhalen van deze noodkreet uiteindelijk leiden tot het herinvoeren van het schoolzwemmen? Ik vraag het me af. Het lijkt me, zeker ook als  je het antwoord van de minister op kamervragen van de SP leest, niet realistisch. En, volgens mij is het ook niet dé oplossing voor het probleem.

Situatieschets

Wat is er aan de hand? Reddingsbrigades Nederland (RN) komt in de zomerperiode steeds vaker in actie om verdrinkingen te voorkomen. Er verdrinken ieder jaar meer mensen. Vorig jaar waren er negen verdrinkingen, dit jaar zijn het er elf. In vijf gevallen was er sprake van aantoonbaar gebrekkige zwemvaardigheid. Het ging om kinderen van allochtone afkomst. RN geeft als belangrijke oorzaak aan dat er sprake is van een afnemende zwemvaardigheid, ‘dat is een trend die we al jaren zien’. Want steeds minder kinderen halen een zwemdiploma, volgens de cijfers van het Nationaal Platform Zwembaden|NRZ . Daarom lijkt de terugkeer van schoolzwemmen de oplossing.

Gaat zwemvaardigheid achteruit?

Kloppen de feiten? Het is jammer om te constateren, maar de cijfers van het NPZ|NRZ zijn steeds minder betrouwbaar om het diplomabezit van kinderen te meten. Oorzaak is de toename van het aantal ‘andere’ zwemdiploma’s in de zwembadbranche. Ik persoonlijk denk dat nog steeds heel veel ouders zorgen dat hun kind leert zwemmen en dat daarin nauwelijks verandering is gekomen.

Voor allochtone kinderen ligt dit anders. We weten dat zij minder vaak in het bezit van een zwemdiploma zijn, met name in de leeftijd 6-15 jaar (rapport Zwemmen in Nederland). Gelukkig is er voor deze en andere kinderen die het nodig hebben nog wel een gemeentelijke (school)zwemvoorziening.

Ik denk dat het met de afnemende zwemvaardigheid als oorzaak van verdrinkingen wel meevalt. Ik denk zelfs dat er een mogelijkheid is dat ouders denken ‘mijn kind heeft een zwemdiploma, dus ik kan het wel even z’n gang laten gaan’. Die gedachte, gevoed door aanwezige zwemvaardigheid, kan de kans op ongelukken vergroten.

Oorzaak van verdrinking?

Wie verdrinken er? Dit zijn jonge kinderen, allochtone kinderen zonder zwemdiploma en volwassenen die zich laten verrassen door het water (stroming, snel dieper water e.a.). Wat hebben zij met elkaar gemeen? Het zou gebrek aan zwemvaardigheid kunnen zijn. Maar ik zie ook dat de genoemde groepen niet in staat zijn om de risico’s van het water in te schatten.

Jonge kinderen, met of zonder zwemdiploma, zijn te jong om te begrijpen dat water of de zee gevaarlijk kan zijn. Water is water. En, als ze op een prettige manier hebben leren zwemmen, is water leuk.

Allochtone kinderen die niet hebben leren zwemmen, zijn niet in staat te begrijpen wat water allemaal met je doet. Ze weten het gewoon niet. En springen bijvoorbeeld, net als hun vriendjes, lekker het zwembad in en merken dán dat ‘weer boven komen’ niet vanzelfsprekend is. De ervaring met water ontbreekt en daardoor ontbreekt ook de kennis over mogelijke gevaren.

Volwassenen die zich laten verrassen, hebben waarschijnlijk vooraf niet goed nagedacht over mogelijke gevaren. Wanneer ze verrast worden is de kans groot dat ze in paniek raken. En dan niet rustig blijven, maar juist ‘tegenwerken’, waardoor de kans op overleven kleiner wordt.

Oplossing?

Wanneer je het op deze manier bekijkt, lijkt met name voorlichting een belangrijke strategie om verdrinking te voorkomen . Voorlichting voor ouders met de nadruk op ‘zorg er voor dat je je kind niet uit het oog verliest’. Dit jaar werd dit al op verschillende manieren gedaan, met o.a. onderstaand filmpje (veiligheid.nl).

 
Voor volwassenen die gaan zwemmen in open water is er gelukkig (ook) het toezicht door de vrijwilligers van Reddingsbrigades Nederland. De vlaggen, borden en andere voorlichting kunnen hen informeren over gevaren en mogelijke acties in geval van nood.

De zwemweek

Op scholen kunnen kinderen in projectvorm kennis maken met de gevaren van het water en de manier waarop zij daar mee om kunnen gaan. Een ‘survival’project, in aansluiting op de stijl van ‘C in zee‘.  Misschien leuk om ieder jaar, naar het voorbeeld van de kinderboekenweek, een ‘zwemweek’ te organiseren? Het allermooist zou zijn dat alle kinderen ieder jaar hun vaardigheid onderhouden en dan natuurlijk in zo’n week (of op een andere momenten) het zwembad ingaan. Schoolzwemmen nieuwe stijl. Alles wat je hebt geleerd over (jezelf) redden in het water toepassen in verschillende (nagebootste) omstandigheden.

Wordt vervolgd

Wat kunnen we doen voor (allochtone) kinderen en/of volwassenen die niet kunnen zwemmen? Voor hen wordt meestal een vorm van schoolzwemmen aangeboden. Jammer genoeg is er niet altijd genoeg tijd (lees geld) beschikbaar om het A-diploma te halen. Wat ga je de kinderen dan vooral wel leren? Een interessante vraag, die steeds belangrijker zal worden nu steeds meer vluchtelingen naar ons land komen. Hoe kunnen we er voor zorgen dat zij kennis maken met zwemmen en niet verdrinken? Daarover in het volgende blog meer.

 

Titeke Postma inspireert en vernieuwt. Ze zet je op een originele, creatieve en eigenzinnige manier aan het denken over het leuk(er) maken van bewegen (in water). Zodat bewegers ‘in beweging komen’ en met plezier blijven bewegen.

Eindtermgericht

In de online opleiding Lesgever Zwem-ABC wordt de vraag gesteld: ‘Wat vind jij van het C-diploma? Moet ieder kind dat halen? Zou je iets aan het examenprogramma willen veranderen? Waarom wel of niet?’

Belangrijke vragen vind ik dat, ik blijf steeds nieuwsgierig naar het antwoord. Een antwoord dat ik regelmatig lees, is in de trant van ‘ik vind het C-diploma een goede logische laatste stap in de doorstroming van ZwemABC. Ik zou er wel meer survivalaspecten in willen hebben en meer introductie naar de verschillende watersporten. Iets met een roeibootje of eens werpen met de bal zoals bij waterpolo bijvoorbeeld.’

Mijn feedback voelt inmiddels een beetje afgezaagd: ‘maar die dingen die kun je toch gewoon doen?’ Niets staat je als lesgever in de weg. En toch wordt het heel vaak niet gedaan. Waarom niet?

Truc

In het boekje ‘Als een vis in het water’ schreef ik een hoofdstuk met de titel ‘eindtermgericht’. ‘Eindtermgericht denken’ benadert een vaardigheid die kinderen voor het diploma moeten leren als een trucje. Kinderen moeten 10 tellen drijven? Dan drijven we 10 tellen met z’n allen. Kinderen moeten voor het C-diploma drijven met een hulpmiddel (HELP-houding)? Prima, hier is een bal en we gaan oefenen.

Lesgeven op deze manier is behoorlijk eenzijdig en ook best wel saai. En een ‘eindterm’ is toch een middel om te toetsen of een kind het doel van het leren zwemmen heeft bereikt? Een eindterm is niet het doel ‘op zich’, het oefenen van deze vaardigheid kan met veel meer variatie en afwisseling. Het meest leren kinderen als je de vaardigheid toepast in verschillende situaties.

Toepassen

Je kunt kinderen leren dat drijven kan worden gebruikt om even uit te rusten. Combineer het daarom eens met het zwemmen: ‘als je moe wordt, ga je maar even drijven’ of ‘als je bij die pion bent, mag je even drijven’ of ‘als ik fluit (klap, zing), ga je drijven’. Probeer eens of je het 10 tellen kunt volhouden!

Drijven in een zwembad is iets anders dan drijven in de zee. Neem de kinderen eens mee naar het recreatiebad en laat ze daar drijven in de stroming of zet de golven een keer aan. ‘Kun je nu óók 10 tellen drijven?’

HELP-houding

In de BREZ (bepalingen, richtlijnen en examenprogramma’s zwemdiploma’s) staat o.a.: ‘de HELP-houding zorgt er voor dat de afkoeling in koud water aanzienlijk vermindert. Hierdoor verdubbelt de overlevingstijd. Het drijvende voorwerp maakt het uitvoeren van de houding gemakkelijker. ‘De HELP-houding hoeft helemaal niet met een bal te worden uitgevoerd. Gooi daarom tijdens de les gewoon eens heel veel verschillende materialen in het water. Denk aan flexibeams en plankjes, gebruik de regenjacks van de kinderen of plastic zakken. Laat de kinderen uitproberen met welk materiaal de HELP-houding het prettigst kan worden uitgevoerd. Hierdoor groeit de betrokkenheid. Er wordt volop geëxperimenteerd en toegepast. Vertel in een verhaal hoe je de HELP-houding kunt gebruiken als je in het water bent gevallen of kramp krijgt. Kinderen zullen veel beter begrijpen waarom ze de vaardigheid leren. En dat draagt bij aan meer veiligheid én plezier.

Breinprincipes

Laatst, tijdens het surfen op internet een geweldig filmpje ontdekt. Het gaat over de zes principes van Breinleren. Het wordt gepresenteerd in de vorm van een lied, heel origineel. Ik gebruik de breinprincipes heel vaak in de trainingen die ik verzorg. Het filmpje inspireert me, ik neem me voor om de principes nog systematischer toe te passen.

Nog even op een rij gezet:

  1. Emotie: een mens leert en onthoudt beter als de uitdaging groot is en de stress niet te hoog. (het is belangrijk om uit te dagen en aan te sluiten bij het niveau, de interesse en vragen van een leerling)
  2. Zintuigelijk Rijk: een mens leert beter als informatie op verschillende manieren zintuigelijk (audio, video, voelen) wordt aangeboden, tegelijkertijd. Het beklijft dan beter. (het is handig om filmpjes, spelletjes (games) of rollenspelen te gebruiken)
  3. Creatie: Doen! Een mens leert beter als hij/zij ontdekt, ervaart, ordent etc. (laat een leerling zelf een toets, filmpjes, verhalen of ‘producten’ maken).
  4. Focus: een mens leert beter als het leren uitkomst en contextgericht is. Focus op het doel en de resultaten. (gebruik dit bij het ontwikkelen van leersituaties). 
  5. Herhalen en oefenen: het leren beklijft beter als nieuwe leerstof vaak wordt geoefend, vooral de eerste zes weken. Dit is niet stampen van leerstof of oefeningen steeds op dezelfde manier oefenen. (laat leerlingen hetzelfde probleem op verschillende manieren oplossen, verander daarbij de context regelmatig)
  6. Voortbouwen: het leren gaat beter als het wordt gekoppeld aan voorkennis of aan associaties. (check wat leerlingen al weten, start bijvoorbeeld met een een quiz of laat kinderen zelf uitvogelen wat ze allemaal kunnen doen met materiaal of iets dergelijk. Stimuleer het associeren). 

Brein, bewegen en leren

Mooie principes die ik ook toepas om het leren bewegen en zwemmen leuker en effectiever te maken. Wil je meer weten over hoe je dit kunt doen? Volg een workshop of training over dit onderwerp. Een voorstel voor  de inhoud van zo’n workshop vind je op mijn site. De titel is ‘Brein, bewegen en leren‘.

Creëer je eigen training

Ben je geïnteresseerd in het onderwerp? Heb je vragen? Wil je een workshop over ‘brein, bewegen en leren’ volgen? Laat het weten via een mail, zoek zelf een groep deelnemers bij elkaar en ‘Creëer je eigen training’ of laat een bericht achter in de Facebookgroep.

 

Unknown